Fe waarde: ijzer.

In bepaalde gebieden van ons land, is het grondwater zeer ijzerhoudend.

Een lage pH en de afwezigheid van zuurstof zorgen voor grondwater met een hoog ijzergehalte.

Als we dergelijk grondwater gebruiken om de vijver mee te vullen zal er, zodra er zuurstof wordt toegevoegd, een bruine neerslag ontstaan. Het gebruik van dit water hoeft geen probleem te zijn als u er voor zorgt dat de hardheid van het water (GH-waarde) tussen de 8° en 12°DH ligt. Het kan dus nodig zijn de hardheid te verhogen met GH-plus. Behulp van een pomp zorgt u ervoor dat het water flink in beweging kan worden gebracht, zodat het water voldoende zuurstof uit de atmosfeer kan opnemen. Waterplanten kunnen na circa veertien dagen worden aangebracht.

Het ijzergehalte zal nu geleidelijk aan dalen. Zodra het ijzergehalte minder dan 6 mg per liter water bedraagt mag u, wat het ijzergehalte betreft, de eerste vissen uitzetten.

Laag ijzergehalte (Fe)

Alle planten, dus ook vijverplanten hebben, om optimaal te kunnen groeien het sporenelement ijzer nodig. Hoewel dit element slechts in minimale hoeveelheden wordt opgenomen, kan gebrek aan ijzer gevolgen hebben voor de ontwikkeling van de vijverplanten.

Symptomen van ijzer gebrek zijn het snel geel worden van waterlelie- bladeren, gaten in de bladeren, iele, glazige uitlopers bij zuurstofplanten, en in het algemeen een mindere ontwikkeling van het bladgroen.

Gunstige waarden van het Fe gehalte in de vijver, liggen tussen 0.5 en 2 mg per liter.

Het Fe gehalte in Uw vijver is minder dan 0.5 mg per liter.

Wij adviseren U om in het groeiseizoen (april tot en met september) het ijzergehalte op peil te houden, door een maal per maand een dosis Fe+ ijzervoeding aan het vijverwater toe te voegen.

Attentie, bij algengroei (draadalgen of groen water) mag U geen groeibevorderende sporenelementen aan de vijver toevoegen. Dus ook geen Fe+ ijzervoeding.

O2 waarde: Zuurstof.

In het vijverwater zijn er een aantal opgeloste gassen aanwezig zoals zuurstof, stikstof en koolstofdioxide. Het opgeloste zuurstofgehalte in het water is een levensbelangrijke waarde. Een tekort aan zuurstof lijdt tot massale vissterfte en dit op heel korte tijd.

In de atmosfeer is 21% van de luchtsamenstelling zuurstof (O2).

In het water zit maar 5% zuurstof van wat er normaal in de lucht aanwezig is. Zuurstof komt in het water door diffusie (water dat in contact komt met lucht door beweging, mengen van lucht en water) en het fotosynthese proces van ondergedoken waterplanten (zuurstofplanten) en algen.

Onze vissen hebben dag en nacht zuurstof nodig en in bepaalde situaties kan een ernstig zuurstoftekort optreden met massale vissterfte tot gevolg. De hoeveelheid opgeloste zuurstof ( in mg/l) in het water is nooit gelijk en er zijn een aantal factoren die bepalen hoeveel zuurstof in het water aanwezig is. Hoe hoger de watertemperatuur, hoe minder zuurstof in het water.

Water met een hoger gehalte aan zouten kan minder zuurstof oplossen. Ondergedoken waterplanten (zuurstofplanten) en algen produceren ten gevolge van de fotosynthese overdag wel zuurstof dat ze aan het water afstaan, maar tijdens de nacht nemen ze ook zuurstof op. Lage luchtdruk betekent minder diffusie van zuurstof in het water.

Bij onweerachtig weer zakt de luchtdruk en ook het zuurstofgehalte.

De organische belasting en vooral de verwerking van organisch afval (rottend materiaal, voedselresten) door de ontelbare micro-organismen vergt grote hoeveelheden zuurstof.

Een overbezetting van vissen leidt uiteraard tot een groter risico op zuurstof gebrek.

Stromend en circulerend water bevat meer zuurstof dan stilstaand water.

Algenbestrijding met gerststro wanneer dit gerststro nog niet voldoende gedroogd is slorpt grote hoeveelheden zuurstof op door de werking van micro-organismen.

Opgeloste zuurstof,

Vissen vereisen een minimum van 6 mg zuurstof per liter water.

Zuurstofniveau ’s beneden 5 mg/l zorgen voor stress.

De grens van 1,5mg zuurstof /l water kan massale vissterfte teweegbrengen.

Zuurstof meten:

Het zuurstofgehalte in het water kan men meten met een elektronische zuurstofmeter of met een test set (chemisch).

Zuurstof tekort:

Er kunnen zich twee oorzaken van zuurstoftekort bij vissen voordoen:

Het vijverwater kent te weinig opgeloste zuurstof.

Zuurstofgebrek door de omgeving .

Zie daarvoor de opsomming hierboven.

Fysiologische oorzaak bij vissen doordat de kieuwen minder zuurstof kunnen ontvangen.

Kieuwbeschadiging door schimmels, virussen en parasieten. Vissen met stress verbruiken meer zuurstof. Samengevat kan zuurstofgebrek echt reëel worden wanneer een aantal factoren in de opsomming hierboven samenvallen. Bijvoorbeeld vijvers met zeer veel algen in de zomerperiode kunnen in de morgen een ernstig gebrek aan zuurstof kennen. De algen en eventueel ook aanwezige zuurstofplanten hebben samen met de vissen en micro-organismen tijdens de nacht zuurstof verbruikt terwijl een hogere watertemperatuur tijdens de zomer minder zuurstof kan oplossen.

In de praktijk betekent dit dat eerst de grootste vissen acuut zuurstofgebrek zullen krijgen. Ze komen naar lucht happen aan het wateroppervlak, hebben een versnelde kieuwbeweging en ze houden zich vaak in de buurt van een waterval, fontein, luchtsteen enz. Bij chronisch zuurstofgebrek herkennen we vatbaarheid voor visziekten, slechte eetlust en verminderde groei.

Zuurstof toevoegen en vooral extra beluchten van het vijverwater door middel van luchtstenen, waterval, fontein, of een druppelfilter. Andere, meer preventieve maatregelen zijn het verwijderen van algen, uitdunnen van zuurstofplanten, wegnemen van organisch afval, minder voederen en het visbestand onder controle houden.

Teveel zuurstof:

Bij een bepaalde luchtdruk en watertemperatuur kan een bepaalde hoeveelheid zuurstof in water oplossen, uitgedrukt in mg/l water.

Wanneer het maximum bereikt is spreekt men van een verzadigingswaarde aan zuurstof.

In bepaalde, uitzonderlijke situaties (technische gebreken aan filterinstallaties waarbij extra lucht onder druk het water ingepompt wordt en andere) kan zich ook een oververzadiging voordoen waardoor teveel gassen (zuurstof maar voornamelijk ook stikstof) in het vijverwater opgenomen worden. Er ontstaan dan schadelijke luchtbubbels in het water.

Het is schadelijk voor de vissen omdat de luchtbubbels de doorstroming van bloed kunnen belemmeren. Deze ziekte is beter bekend onder de naam gasblaasjesziekte.

CU waarde: Koper.

Koper is een sporenelement en vormt als zodanig een belangrijk bestanddeel van de voeding van veel levende wezens. Het is onder andere noodzakelijk voor de vorming van verschillende levensnoodzakelijke enzymen.

Zoals de naam »sporenelement« echter al zegt, is koper slechts in minuscule sporen gezond.

In hogere concentraties is het daarentegen schadelijk voor talrijke levende wezens in de vijver.

Een gezonde concentratie aan koper wordt al snel overschreden door invloeden van buitenaf, zoals koperen leidingen of meststoffen. Vooral bij zacht water kan een concentratie van 0,03 mg/l al schade berokken aan gevoelige levende wezens.

Mocht er bij u alleen maar koperhoudend vulwater beschikbaar zijn, is het gebruik van Phosless filterkolommen aan te bevelen.

Deze binden namelijk niet alleen de voedingsstof voor algen fosfaat, maar ook zware metalen zoals koper, lood of zink. Door het filtergranulaat regelmatig te vervangen kunnen deze schadelijke stoffen dan definitief aan de waterkringloop worden onttrokken. Koper wordt vaak als bijzonder gevaarlijk gezien, omdat het een element is dat niet meer splijtbaar is en dus ook niet afgebroken kan worden, maar op de lange duur in het sediment terechtkomt.

Door lage pH-waarden en een geringe waterhardheid kan het koper dat zich in het sediment bevindt, ineens vrijkomen en in het ergste geval een plotselinge vissterfte veroorzaken. Het gebruik van koperhoudende onderhoudsmiddelen voor de vijver is vanwege de genoemde eigenschappen felomstreden. Bovendien moeten algiciden op basis van koper met de aangegeven dosering onvermijdelijk de kritieke concentratie voor ongewenste algen overschrijden, om het gewenste effect te bereiken.

De volgende waarden beschrijven hoe giftig koper voor waterorganismen is en zijn afkomstig uit het handboek Aquariumwater van Hanns-J. Krause (6de druk 2007).

Beschadiging is te verwachten vanaf:

0,03 mg/l bij algen, vooral blauwalgen en bacteriën (filterbacteriën!)

0,08 mg/l bij hogere waterplanten

0,10 mg/l bij vissen

Dit maakt duidelijk dat de kritieke grens voor algen in hetzelfde concentratiebereik ligt als dat van nuttige micro-organismen. Zelfs vissen worden volgens Krause door het onvoorspelbaar vrijkomen van koper door schommelingen in de pH-waarde en waterhardheid reeds bij gering gebruik bedreigd.

Als een behandeling met koperhoudende algiciden doorgevoerd wordt, dreigt ook de gevoelige filterbiologie schade op te lopen. Daardoor is de afbraak van schadelijke stoffen dan niet meer gegarandeerd en een ammonium- of nitrietvergiftiging bij de vissen kan het gevolg zijn.

OASE voelt zich verantwoordelijk voor de natuur en ziet er vanwege de omstreden bijwerkingen daarom bij alle producten voor het wateronderhoud van af om koper toe te voegen.

Vanzelfsprekend omvat het assortiment ook geen apparaten die koperionen aan het vijverwater afgeven. Aangaande het thema. Mocht er bij u alleen maar koperhoudend vulwater beschikbaar zijn, is het gebruik van de OASE Phosless filterkolommen aan te bevelen.

Deze binden namelijk niet alleen de voedingsstof voor algen fosfaat, maar ook zware metalen zoals koper, lood of zink. Door het filtergranulaat regelmatig te vervangen kunnen deze schadelijke stoffen dan definitief aan de waterkringloop worden onttrokken.

Met dank aan Oase.